Kronieken Lente 200 n.r.
Hoe werken de Kronieken
De Kronieken zijn opgedeeld in drie categorieen:
Ze dienen bij voorbaat om Rijksburgers te informeren van wat er speelt in en rondom het Rijk. Ook bieden ze de kans voor deelnemers van samenkomsten op het Buitenhof om op de hoogte te blijven.
- Militair
- Economisch
- Sociaal
Over de guerillastrijders van het zwarte woud die nooit zijn vertrokken na de opstand van de wolvenmaskers 100 jaar V.r..
Het zwarte woud van Eglaria, ook bekend als de Rimwin Woudlanden. Deze plek kent geen frontlinies, grote veldslagen of een zachte hand. Wie het probeert te tekenen op een kaart, tekent zichzelf verloren.
Daar waar het licht nauwelijks door het bladerdek doorbreekt en de herkomst van geluiden niet altijd waar te enemn zijn, vechten zij. Zij die henzelf de maskerdragers noemen, de rebellen en guerillastrijders die opkomen voor de oude Eglariaanse gebruiken. Geen vaandel, geen orde, geen leger, zij zijn alleen sporen die verdwijnen zodra je ze volgt.
De diertotems
Hun kracht komt niet uit wapens of andere door het rijk gemaakte middelen, maar uit totems en hun connectie met de dieren van het land. Geen entiteiten, geen gemaakt iets maar herinneringen en geesten in dierenvormen. Elke totem staat voor een cyclus en een koppeling met de oude geesten en beesten. Een manier die wellicht al voor het ontstaan van Eglaria aanwezig was.
De wolf leert hen samen te verdwijnen en weer toe te slaan. Nooit de sterkste alleen en altijd de zwakste beschermd. Wie valt wordt gedragen, of teruggenomen door het bos.
De raaf leert hen wanneer te wachten. Hij herinnert aan verlies, aan lijken onder het mos, aan gevechten en veldslagen waar niemand verantwoording over neemt. De maskerdragers weten; ”wie te snel overwint, zaait zijn eigen einde”.
De Hinde leert hen wanneer te vluchten. Niet uit angst, maar uit behoud. Zij laat zien dat overleven soms betekent dat je niet vecht, zodat je later kunt terugkeren.
De Beer verschijnt zelden. Wanneer hij dat doet, is het einde nabij — voor iemand. De Beer staat voor de wintercyclus: lang zwijgen, korte verwoesting, en daarna stilte, rust en kalmte.

Vervolg
Hun strijd is geen opstand die men kan breken. Elke overwinning van hun vijanden maakt het woud vijandiger. Elke brand voedt wortels dieper onder de grond. Elke jacht maakt nieuwe jagers. En elke opgraving krenkt het woud meer.
Men heeft geprobeerd hen uit te roeien. Men heeft bomen gekapt, dorpen verplaatst, paden rechtgetrokken. Maar de Ongezienen begrijpen wat Eglaria vaak vergeet:
dat macht rechtlijnig denkt,
en natuur cirkelvormig antwoordt.
Wanneer een strijder sterft, wordt zijn totem niet begraven. Het wordt doorgegeven. Soms aan een kind. Soms aan iemand die nog niet weet dat hij kijkt zoals het dier keek.
Zo blijft de guerrilla bestaan — niet als oorlog, maar als cyclus.
Aanval. Terugtrekking. Stilte. Terugkeer.
En wie ’s nachts door het Zwarte Woud reist en denkt alleen te zijn,
hoort soms adem die niet dreigt,
ogen die niet oordelen,
en begrijpt te laat dat Eglaria plekken heeft waar het land zichzelf verdedigt.
Impact op het land
In de afgelopen paar manen lijken de Maskerdragers zich minder volledig te verhullen. Getuigen uit mijnen, nieuw gestichte nederzettingen en tijdelijke boskampen melden nachtelijke bezoeken. Deze ontmoetingen verlopen doorgaans zonder fysiek geweld. Er wordt gesproken, gewezen, soms slechts gekeken — en daarna verdwenen de bezoekers weer in het duister.
De boodschap is opvallend consistent: laat het woud met rust, en laat het land zijn eigen ritme volgen.
Hoewel er geen bevestigde gevallen zijn van directe schade aan personen, geven meerdere getuigen aan dat de ervaring diep indruk heeft gemaakt. Niet zozeer door dreiging, maar door de omstandigheden: dierengeluiden die te gericht lijken, ogen in het donker die te lang blijven wachten, en het gevoel beoordeeld te worden vanuit het duister.
Het gevolg is geen paniek, maar terughoudendheid. Werk wordt uitgesteld. Paden worden gemeden. En sommigen kiezen er vrijwillig voor om zich te verplaatsen, voordat keuzes hen ontnomen worden.
Of dit gedrag als waarschuwing, bescherming of stille correctie moet worden geïnterpreteerd, laat ik aan de lezer. Wat echter niet genegeerd kan worden, is dat de aanwezigheid van de Maskerdragers samenvalt met een hernieuwde aarzeling in hoe men met land, bos en uitbreiding omgaat.
Een gewaarschuwde rijksburger telt voor twee
— A. Verdan,
onderzoeker, archivaris van ongewenste correspondentie,
die via brieven en getuigenissen leerde waar Eglaria zichzelf corrigeert,
geschreven te Ythlin 197 n.R.,
met inkt die mij meer kostte dan reputatie.
In het jaar 195 n.R. stuurt een ambitieuze prins zijn eigen Rijksleger de grens over. Wat volgt is een vernederende nederlaag wat lijdt tot gevaar aan de grens, een opstand en een wisseling van de Kroon. De evenementen die hiertoe leidden zijn waardevol om te bestuderen, opdat we kunnen leren van de fouten van het verleden.
Haldim, Prins van Andesia en vader van koning Alfons stuurde het Andesiaanse Rijksleger de grens van De Landen van Geeneen over, op zoek naar glorie en schatten. Foutieve informatie leidde tot een onvoorbereid plan, en een hinderlaag eindigde de campagne desastreus. Een beweging om hun lichamen terug te halen vormt zich tot de Eeddragers, een fanatieke militie die hopen dat het Rijk hen een volwaardig leger zal maken.
Trots is een Deugd
Lang heeft het domein Andesia rust gekend. Ver weg van de grenzen met de barbaren voorbij het Rijk, en met kusten die zelden geteisterd worden door piraten. Hoewel het verre van de gouden tijden waren die Andesia beleefde voor de afschaffing van de Slavernij, werd er positief gesproken over het Andesia onder prins Haldim.
Toch was het niet vlekkeloos. De verdeling van de weelde van het domein was ongelijk. Landeigenaren en voormalige eigenaren van slaven of handelaren van de pas bevrijdde Draconiden bleven meer en meer Rijksgelden tot zich vergaren, terwijl de armsten het moesten hebben van de weinige hulpmiddelen die brood en water uit deelden.
Haldim zag een schone kans om de armsten een functie, een doel te geven, en de glorie van het domein naar voren te brengen. In besloten kringen werden plannen gemaakt, divisies herleid. In het jaar 195 n.R. gingen de poorten van Gintradar open, en marcheerde het Andesiaanse leger Schild van het Volk over de grens naar de Landen van Geeneen.

Eer zal aan jullie en de Hasra’s van jullie families vallen. Marcheer naar de rand van de wereld, en kijk uit over de eeuwige eindes van Sarnesse. Plaats de standaard van Andesia, en breng beschaving naar het Vrije Volk.
— Generaal Rhys Vrassk van het Schild van het Volk
De Tranen van Fazzan
Arrogantie is als een blinde denkt de dove te kunnen begeleiden.
De eerste dagen marcheerde Schild van het Volk nog onbelemmerd door het heuvelachtige landschap. Enkele tegenstanders werden door verkenners weggejaagd. Thuis voor de oogst, werd het motto van de campagne.
Fazzan was de eerste grote plaats wat veroverd mocht worden. Nagenoeg de gehele bevolking was het dorp ontvlucht. Veel van het graan was achtergelaten, en de put onaangetast. De borden op de tafels waren achtergelaten, sommigen gevuld. Een succes voor een leger wat slechts voor korte periodes belaad was, en ervan uit ging van het land te kunnen leven.
Er werd gefeest tot in de nacht. De taveerne had vaten drank, broden werden gebakken en met het eten wat gevonden werd, werden warme maaltijden gekookt voor het eerst in een week.
In Fazzan aten we als vorsten, tot onze buiken open konden splijten. Geen enkele tent ging hongerig naar bed. We waanden ons gezien door de voorouderen. Helaas waren we ver van huis, en kwamen we er al snel achter dat de voorouderen ons hier niet bereikten.
— Sergeant van de Wacht, Niv Tizzim
De stilte van de nacht werd al spoedig onderbroken. Soldaten braken hun eten uit, en de stank van ontlasting rees de lucht in. Het bleek dat het voedsel en drinkwater vergiftigd was. Er was geen bevel gekomen om latrines te graven, wat later pijnlijk duidelijk zou worden.
Samen met dit nieuws kwamen berichten binnen van aanvallen op de buitenposten. Groepjes Vrije Volk drongen binnen, richtten schade aan en doodden wachters of staken tenten in brand, voor ze de nacht in zouden vluchten.
Tegen de ochtend werd duidelijk waar Schild van het Volk in was beland. Fazzan was omsingeld aan meerdere kanten. Het leger zelf verzwakt, en met de rug tegen de kust. Generaal Rhys Vrassk besloot discipline aan te brengen. Latrines werden gegraven, aarden verdedigingen werden opgeworpen tussen de gebouwen van het dorp. Maar het mocht niet baten. Binnen een week braken kampziektes uit. Soldaten stierven nu niet meer aan een pijl of steekwond, maar aan koorts of fatale ontlasting.
De belegering van Fazzan duurde drie weken voordat de situatie onomkeerbaar was geworden. Verzwakt en vermoeid deed het leger een laatste poging om uit te breken. Generaal Vrassk zou de mannen nog eenmaal toegesproken hebben.
Ik zie vermoeidheid, ziekte en angst in jullie ogen. Jullie smeken ’s nachts om vrienden en familie. Maar zij zijn niet hier. Zij liggen voorbij de vijand, achter Gintradar. Het uur van eer en trots is voorbij. Vecht als het zwijn dat in een hoek is gedreven, en breek vrij!
— Generaal Rhys Vrassk vlak voor de poging tot uitbraak.
Met deze woorden werden de wapens getrokken, en braken ze uit. Zieken en de zwakken werden deels voor zichzelf achtergelaten in Fazzan. Een wanhopige poging tot uitbraak.
Het Vrije Volk zag het niet aankomen. Georganiseerd onder de banieren van ‘Ontembare’ Geoff Thrasher hadden ze het Andesiaanse leger belaagd met doel om ze te verzwakken en geen rust te gunnen. De aanvallen waren kleinschalig en snel. Dus was het ook dat op eerste blik het leek alsof Rhys en zijn mannen zouden ontsnappen. Ze braken door de kleine kampen heen, maar het bleek in de chaos van de strijd onmogelijk om nog discipline te hanteren. De Andesianen trokken alle kanten op, en raakten zo hun momentum kwijt. Het Vrije Volk belaagde hen van alle kanten, en overmeesterden een voor een de groepen soldaten die een weg naar buiten vochten. Rhys Vrassk werd zelf geraakt door een speerpunt, en overleed aan zijn verwondingen.
Na het gevecht
Van de 3000 soldaten die met hem mee zijn gegaan, kwamen er nog geen 300 terug. De lichamen van de Andesianen zijn verzameld en verstopt, hoog in de Wolkenkrabers. Pogingen van Andesia om de lichamen terug te eisen hebben tot weinig successen geleid.
Het is onbekend hoeveel van de achtergelaten gewonden en zieken er nog leven. Hun aantallen worden op enkele tientallen tot honderden geschat, hoewel overlevenden aangaven dat er wel duizend Andesianen achtergelaten zouden zijn.
In Andesia is met schok gereageerd op de situatie. ‘Dhibmal’ Haldim wordt grotendeels verantwoordelijk gehouden. Vanuit andere domeinen werd al met afkeuring gekeken naar de hele campagne, omdat er nooit een order was gekomen vanuit het Rijk. Nu de situatie catastrofaal mislukt is, laaien de gesprekken op over hoe verantwoording afgenomen kan worden bij de Dhibmal (Andesiaanse titel voor Prins).
Shael en de Eeddragers
Onder het Andesiaanse volk is het sentiment vooral gevestigd op het terughalen van de lichamen van de overledenen. Er is geen mogelijkheid om hen nu te binden aan de hasra’s van hun families. Dit heilige ritueel wat hen verbindt met de voorouderen en toegankelijk maakt voor toekomstige generaties om te benaderen is een hoeksteen van Andesiaanse cultuur.
Een preker van Waakzaamheid, Shael, is sinds het jaar 196 n.R. op de voorgrond gekomen van Domein-politiek. Zijn preken gaan over de gevaren vanuit het zuiden, en hoe de lichamen hoe dan ook teruggehaald moeten worden. Zijn volgers verzamelden zich in de honderden, en nog meer hebben hun sympathie uitgezproken over het verhaal van Shael. Shaels groep noemt zichzelf de Eeddragers, en trekken als een militie door het domein. Ze vallen bandietenkampen aan om de wegen veiliger te maken, maar organiseren ook klopjachten op zowel veroordeelde criminelen als verdachten.
De Dhibmal is zich achter hun zaak gaan zetten in de hoop een nieuw leger te kunnen bouwen uit de fanatiekelingen, en heeft zijn afgevaardigde, senator Taz naar de samenkomst op het Buitenhof gestuurd.
De gelijkheid van iedere Rijksburger wordt gewaarborgd in de documenten die dit krachtige Rijk geschapen hebben. Alle domeinen werden vertegenwoordigd tijdens het schrijven, maar wie sprak voor ons Kroonlanders?
— Jack Lander, 198 n.R.
Bij de geboorte van het Rijk is de verdeling van verantwoordelijkheden en representatie bedacht. Ieder koninkrijk wat zich onder haar banieren plantte, kreeg een Prins voor het leven, en een senator voor 2 jaar. Beide posities werden gekozen posities. De prins behield stabiliteit, en de senator bracht de populaire agendapunten op. De hoop was om alle volkeren samen te brengen en zo een nieuw tijdperk in te slaan. Een tijdperk van verenigdheid en samenwerking was altijd het doel van deze geschriften maar het lijkt er op dat de Kroonlanders zich vergeten voelen.
De Kroonlanden
De landen waar de gevechten het hevigst waren werden samengevoegd tot een Kroondomein: de Kroonlanden. De Kroonlanden vielen onder het beheer van de Kroon, en kregen geen prins of senator. Echter konden de Kroonlanders ook niet stemmen op hun Kroon: die taak viel tot de prinsen van de domeinen.
In tijden van voor- of tegenspoed waren de Kroonlanden afhankelijk van het beleid van de zittende koning of koningin. Die was echter ook belast met de conflicten en spanningen van het Rijk in geheel.

De vorige koning, Alfons, heeft veel problemen in de Kroonlanden onbeantwoord gelaten. Toenemende bandieterij, een falende oogst, en de opstand van Robert de Rode (Oogappel van het Volk, Doorn van de Adel) hebben hun tol geëist op het domein.
De Kroonlanden glimmen net zo dof als de huidige staat van de Kroon zelf. De voorspoed van vele duizenden zielen is afhankelijk van de capaciteiten van een enkel staatshoofd.
— Quote uit een illegaal plakkaat, 186 n.R.
De Landers
Uit de onvrede over deze situatie zijn sommigen tot dieverij en moord geslagen. Anderen proberen de situatie te veranderen door zich te verenigen onder een banier. De Landers zijn een organisatie verenigd in hun zaak voor gelijkheid. Prominente Kroonlanders hebben zich bij hen verzameld, maar anderen weigeren hen te zien als een daadwerkelijke organisatie. Onder koning Alfons werden ze opgejaagd en bijna uitgemoord. Nu Maximus aan de macht is gekomen, is de situatie hoopvol.
Landers vinden elkaar, en delen pamfletten uit en preken op de pleinen. Hun organisatie is gematigder, minder radicaal. Twee bekende namen zijn Jack en Jill Lander, die hebben aangegeven af te zullen reizen naar het Buitenhof om audiëntie bij Koning Maximus aan te vragen.
Landers reizen af vanuit de hoeken van de Kroonlanden, hoopvol en enthousiast. Tijd zal aangeven of de Kroon hun mening deelt, of vast wilt houden aan het oude structuur.

In een poging de Rijkskassen aan te vullen stelt het Rijk op decreet van de Kroon een aantal Rijkstitels beschikbaar voor de hoogste bieder.
Uitleg over Geld
Het Rijk heeft drie soorten munten: kernen, domeinen en Rijksgelden (of Gelden).
Kernen: Deze munten zijn zeshoekig. Ze symboliseren de gemeenschappen die het Rijk opmaken. Ze zijn in veelvoud, en grenzen aan veel, vandaar de vorm. Kernen zijn de laagste munteenheid, 10 kernen maken 1 domein. De munten zijn roodkleurig.
Domeinen: De domeinen representeren Het Domein Argeddon, Het Domein Andesia, Het Domein Eglaria en het Het Domein Svebia. De driehoekige vorm representeert de drie andere domeinen die grenzen aan ieder domein. De munten zijn zilverkleurig. 5 domeinen maken 1 Rijksgeld.
Rijksgelden: In de volksmond worden ze Gelden genoemd. Ze stralen eenheid uit, een perfecte cirkel. Het Rijk verenigd, en dus heeft het geen hoeken, geen zijden. De Rijksgelden zijn goudkleurig. 1 Rijksgeld maakt 5 domeinen, of 50 kernen.
Rijkstitels
Rijkstitels zijn investeringen die gedaan kunnen worden door RIjksburgers om in ruil voor gelden grondstoffen te krijgen.
De Rijkstitels zijn in het jaar 199 n.R. door middel van stemming aangesteld. De eerste bijeenkomst op het Buitenhof zal gebruikt worden om de eerste titels beschikbaar te stellen.

De Schachtmeester van de Mijnen van Bassarat
De mijnen van Bassarat graven door de Milshan’s Hoogte, in Het Domein Andesia. De heuvels zijn rijk in vele metalen, en huisde een enki-kolonie. De mineralen en het chitine dat naar boven gedelfd wordt is van onschatbare waarde en belang.
De Kroon stelt dit Rijksbezit beschikbaar aan de hoogste bieder. In ruil voor de opbrengst, die naar de Rijkskas zal gaan ontvangen ze de Rijkstitel Schachtmeester van de Mijnen van Bassarat. De Kroon stelt de minimale prijs vast op 3 Rijksgelden.
Als Schachtmeester ontvangt de Titelhouder een deel van de materialen opgedelfd in de Mijnen.
Overzichter van het Balkengat in Woid
Woid is een rustig dorp dat diep in het Knachzwald ligt, in Het Domein Svebia. De bossen rondom het dorp behoren tot de oudste van Aegor. Veel van de bevolking vindt werk in de jacht of de houthakkerij. Het Balkengat is een grote houtzagerij, aangevoerd door een bergstroom.
De Kroon stelt dit Rijksbezit aan de hoogste bieder. In ruil voor de opbrengst, die naar de Rijkskas zal gaan ontvangen ze de Rijkstitel Overzichter van het Balkengat in Woid. De Kroon stelt de minimale prijs vast op 2 Rijksgelden.
Als Overzichter ontvangt de Titelhouder een deel van de materialen gezaagd in het Balkengat.
Imkermeester van Split
Centraal in het plaatsje Split in Het Domein Argeddon staat een gigantische boom. Opengespleten in het midden huist een permanente scheur in de Sluier, wat dag en nacht pulseert. Bomen in en rondom Split druipen amber, wat verzameld wordt door zij die het aandurven. Ze worden imkers genoemd.
De Kroon stelt de positie Imkermeester aan de hoogste bieder. In ruil voor de opbrengst, die naar de Rijkskas zal gaan ontvangen ze de Rijkstitel Imkermeester van Split. De Kroon stelt de minimale prijs vast op 2 Rijksgelden.
Als Imkermeester ontvangt de Titelhouder een deel van het amber wat verzameld wordt in Split.
Poorter van het Speelkwartier
Seraphis is de hoofdstad van het Rijk, en ligt in De Kroonlanden. Zij kent vele districten, en is in de afgelopen twee eeuwen snel uitgegroeid tot een waardige stad. De snelle groei heeft unieke situaties gecreëerd tussen de districten, wat in balans wordt gehouden door afspraken tussen de gildes, het stadsbestuur en de Kroon zelf. Een van deze unieke rechten is dat van het Speelkwartier, waar drank rijkelijk vloeit, geld moet blijven rollen en afspraken worden gemaakt in de onverlichte stegen. De Kroon stelt de minimale prijs vast op 1 Rijksgeld.
De Kroon stelt de positie Poorter van het Speelkwartier beschikbaar aan de hoogste bieder. In ruil voor de opbrengst, die naar de Rijkskas zal gaan ontvangen ze de Rijkstitel Poorter van het Speelkwartier.
Als Poorter ontvangt de Titelhouder een deel van de tolheffingen die worden geïnd bij de enige poort naar het Speelkwartier.
Angst en Terreur heersen in het Rijk, wanneer Rijksburgers lijken te verdwijnen, enkel omdat ze schubben hebben.
Bevrijd volk
Nog voor het stichten van het Rijk werden Draconiden al verjaagd van hun eigen landen en tot slaaf gemaakt door Het Domein Andesia. Deze ellende heeft zich aangehouden tot het jaar 150 n.R. toen er een unaniem besluit kwam onder de prinsen en de Kroon om de slavernij te verbieden. Draconiden werden vrijgezet, en hun oude meesters verplicht om hen een week eten en 50 kernen mee te geven.
Sindsdien zijn Draconiden een vrij volk in naam. Want in de praktijk worden ze op plekken geweerd of zelfs geweigerd, en is het lastig voor hen om werk te vinden in de hogere ambachtelijke kringen. Na jaren van vervolging en tot slaaf gemaakt te zijn, is het nu aan hen om een nieuw bestaan op te bouwen.
Wederopbouw met moelijkheden
Sinds dat de Draconiden bevrijd zijn gaat het moeizaam met het volk, ze hebben geen thuis om naar terug te gaan en hebben geprobeerd op verschillende locaties om wederop te bouwen. Er zijn 3 locaties die in de afgelopen 50 jaaren dit geprobeerd hebben die bekend zijn bij het Rijk.

Een van die Locaties was het belangrijkste en meest interessante in het oog van het Rijk, Het voormalige dorp Zephra was een van de eerste waar het Rijk achter kwam en gelijk handels routes mee opgezet heeft met de toezegging van de toenmalige Senator van Andesia en een een stemming in 152 n.R. Zephra was geplaatst in de Hladni Pieken van Het Domein Andesia. Zes jaar lang bleef dit Dorp staan tot 158 n.R.
Het was alsof iedereen in het dorp zomaar in stof opgegaan was, vuur smeulde nog na, eten half opgegeten en een schaakbord in het midden van een spel. Wat hier gebeurd is kan nooit natuurlijk geweest zijn. Voor we vertrekten zagen wij een enkel teken van wanorde in het dorp. Op de houten muur van een van de huizen zagen wij een paar kleine klauw markeringen die schraapten tot het einde van de muur en een eind verderop over de grond verder gingen. Dit zijn de einige tekenen van verzet die wij gezien hebben. Met veel verdriet willen wij aangeven dat vanaf vandaag het dorp Zephra verlaten lijkt te zijn.
— Rapport nr. 01 – Tirki, Andesia
Vermissingen
Recentelijk lijken er veel vermissingen van Draconiden te zijn. In de jaren voor hun bevrijding en initiatie als volk leek dit ook al een probleem te zijn, hier werd toen de tijd alleen beduidend minder aandacht aan besteed. Nu dat het volk vrij is en dezelfde rechten ondergaat als elke anderen rijksbewoner is er veel meer aandacht besteed aan de velen raportages die binnen komen vanuit de verschillende dorpen en steden door het hele Rijk heen. De rapporten lezen met een soortgelijk thema: in het donker van de nacht verdwijnen Draconiden met een laatste schrik om hun vermissing aan te duiden.
Bij aankomst op de boerderij treffen wij een Draconide vrouw en drie Draconide kinderen. Vrouw geeft aan een argument te hebben gehad met de heer des huizes, waarna hij boos het erf afloopt. Dit doet hij vaker, om af te koelen. Situatie wijkt af nadat er geschreeuw tussen het vee vandaan komt. Vee slaat op hol en breekt uit, wat naaste boerderijen alarmeert die het vee terug helpen. Sindsdien ontbreekt de Draconide man. Sporen van geweld en een seax zijn gevonden. We houden de omgeving in de gaten op zoek naar sporen.
— Rapport nr. 1108 – Klagfurt, Svebia
In het jaar 199 n.R. worden het aantal rapportages alleen nog maar meer dan in de voorgaande jaren, en in schrikende hoeveelheden.
Na een incident in een taveerne worden twee Draconiden – een jongen en meisje – uit de taveerne gezet. Ze lopen door de Jammersteeg richting de wijk waar ze wonen. Ouwe Nelie, die bovenin de Jammersteeg woont, geeft aan gegiechel te horen, maar voordat ze de twee weg kan jagen, klinken krijsen. Wanneer het gekrijs stopt, kijkt Nelie naar buiten. Er ligt bloed, maar geen lichaam. We houden de omgeving in de gaten op zoek naar sporen.
— Rapport nr. 073 – Pasby, Kroonlanden
De Rijksburgers die leven in de Wetterspitzen weten enkel de harde kanten van het leven. In de winter worden hele dorpen bedolven onder een deken van sneeuw, en zijn de passen onbegaanbaar.
In de late lente wordt gezaaid waar kan, en is het hopen dat ze de plunderende groepen barbaren overleven om datgene wat gezaaid is ook geoogst mag worden.
Deze Kroniek gaat over de recente problemen binnen Svebia. Groepen barbaren breken door de Wetterspitzen, en beroven transporten in noord- en midden Svebia.
Barbaren tegen Barbaren?
Het Domein Svebia kent een lange geschiedenis van migraties. De oudste families van Svebia kunnen hun oorsprong terug traceren naar verschillende barbaarse stammen, uiteindelijk verenigd tot het oude Rijk Svebia. Waar vechtten ze tegen? Andere barbaarse stammen die hen achterna reizen over de Wetterspitzen en Argeddon, en later Andesia.
Nu Svebia onderdeel is van het Rijk, zijn de grenzen van de domeinen naar buiten toe gericht. Voor Svebia betekende een stabiele zuid- en oostgrens de mogelijkheid om de gaten in de grens te dichten in het noorden.
Barrière van het Rijk
De Wetterspitzen is een bergketen wat noord-Svebia van de barbaarse landen voorbij het Rijk afscheidt. Al decennia wordt het zwaar bewaakt door de IJzeren Garde. Het is een van de Legers van het Rijk dat momenteel belast is met het bewaken van Nortschloss, het fort dat op de grote open vlakte tussen de Wetterspitzen en Baai van Traum bewaakt.

De laatste maanden bruist het van activiteit. Bendes breken door de verdedigingslinies van Svebia. Ze overvallen grenspatrouilles, sluipen in het donker van de nacht voorbij, of zoeken routes die niet bewaakt worden.
Plunderende bendes
Normaal gesproken worden grensplaatsen, mijnen of handelaren op afgelegen wegen belaagd. Hochraum, Knachzwald en Skeldmark zijn de regio’s binnen Svebia die het vaakst getroffen worden.
Het afgelopen jaar worden gerichte aanvallen uitgevoerd op transporten. De aanvallen lijken selectief, en de bendes barbaren lossen klaarblijkelijk in rook op, waar ze niet gevonden kunnen worden.
Het leger slaagt er niet in om onze wegen veilig te houden. De situatie dient meer investeringen vanuit het Rijk, voordat de goede burger eronder lijdt.
— Rapportage vanuit Huis von Wesser aan de Rijksmaarschalk
Opvallend is dat er dit najaar geen mijnen of grensplaatsen worden aangevallen, en dat handelaren wisselende berichten uitgeven. Sommigen reizen dezelfde route op dezelfde dag, en worden niet aangevallen. Anderen treffen wel barbaren, voorbereid en wel om hen in een hinderlaag te leggen.
Dit zijn vaak niet handelaren die dezelfde routes afleggen, maar transporten van verderaf. Het is tevens niet geheel duidelijk wat er vervoerd wordt. De aanvallen lijken op te schalen en brutaler te worden.
Sporen
Op één van de meest recente ravages zijn gebroken kisten gevonden met het symbool van de Wyrdheim academie. De Svebiaanse school van magie heeft geen vestigingen in de regio. Pakketlijsten gevonden op de locatie geven onder andere grote hoeveelheden amber aan, een bekend materiaal in het uitvoeren van magie.
De academie geeft weinig inzichten, enkel dat de zaak wordt onderzocht. Agenten vanuit Wyrdheim gaan langs de nederzettingen van Hochraum, op zoek naar sporen van de aanvallers.
Stemming
Het Domein Svebia is het geteister vanuit het noorden zat. Met slechts één Rijksleger aan de grens, en een domein dat nog herstelt van de onrust tijdens de opstand van Robert de Rode (zie Oogappel van het Volk, Doorn van de Adel) heerst een angst voor ergere dingen.
Senator Walch van Svebia reist af naar het Buitenhof om de Kroon te spreken, en om de aanwezige RIjksburgers duidelijk te maken van het gevaar. Een stemming om de vallei Kallenna te bewapenen en er een fort te bouwen.
Recentelijk ontvingen wij een brief van een verhelderden van een van de landsentiteiten. Hij vond dat het belangerijk was dat dit gehoord werd. Vrees vooral niet wat er gezecht word maar luister naar de boodschap. Verhelderden weten vaak meer dan wij.
— – Kroniekschrijver uit Eglaria
De brief van Melikam, de Entiteiten-Spreker van Zij die Bewaart
“Men zegt dat wij leven in een tijd van stabiliteit.
Het Rijk staat. De wegen zijn begaanbaar. De grenzen worden bewaakt en de wetten nageleefd. De velden dragen oogst en de steden dragen namen die niet langer veranderen met elke generatie.
Toch is stabiliteit geen bescherming tegen verlies.
Ik schrijf dit niet als geleerde, noch als staatsdienaar, maar als Verhelderde van Zij die Bewaart — zij die fluistert op verlaten graven, zij die bewaart wat vergeten had moeten worden.
Haar aard is eenvoudig te beschrijven en moeilijk te dragen:
zij verzamelt wat de wereld probeert los te laten.”
“Ik was jong toen mijn leven brak.
In één winter verloor ik mijn moeder aan ziekte. Mijn broer aan het instorten van de mijnen buiten onze nederzetting. Mijn vader bleef leven, maar zijn blik werd dof; hij sprak hun namen niet meer uit.
In ons huis werd zwijgen een gewoonte. Men zei dat men vooruit moest kijken. Dat het beter was het verleden niet te beroeren. Namen werden niet langer genoemd. Voorwerpen verdwenen uit zicht.

Maar herinnering verdwijnt niet door haar te negeren. Zij verhardt.
Ik voelde hoe hun gezichten begonnen te vervagen in mijn gedachten. Hoe hun stemmen minder scherp klonken. Dat was de ware angst — niet hun dood, maar hun vervaging.”
“Buiten het dorp lag een oud grafveld. Het werd zelden bezocht. De stenen stonden scheef, inscripties waren uitgesleten door regen en wind. Het was een plaats die men ongemakkelijk vond.
Daar ging ik heen.
Ik knielde bij de steen die ooit mijn moeders naam droeg. Slechts enkele letters waren nog leesbaar. Ik streek met mijn vingers over het verweerde oppervlak en sprak haar naam hardop uit.
Niet als gebed. Niet als smeekbede.
Maar als weigering om haar los te laten.
De lucht werd zwaarder.
Geen verschijning stond voor mij. Geen schaduw nam vorm aan. Wat kwam, kwam als gewaarwording — als een tweede bewustzijn dat zich voorzichtig tegen het mijne aan legde.
Ik voelde mijn herinnering verdiepen. Niet vervormen, niet mooier worden dan zij was, maar vollediger. Ik herinnerde mij niet alleen het zachte, maar ook haar strengheid. Niet alleen haar lach, maar ook haar vermoeidheid.
En in die volledigheid lag rust.
Toen begreep ik dat ik niet alleen was in mijn vasthouden.”
“Zij die Bewaart openbaart zich niet in gedaante. Zij bestaat in aandacht. Waar namen worden uitgesproken, waar oude brieven worden herlezen, waar verhalen worden doorgegeven — daar groeit haar aanwezigheid.
Wat men vergeet, verzwakt haar.
Wat men herinnert, versterkt haar.
Door de jaren heen heb ik geleerd wat haar macht betekent.
Zij kan dromen verzadigen met vergeten gezichten.
Zij kan de stilte van verlaten plaatsen zwaar maken.
Zij kan maken dat een naam die generaties niet is gesproken plots weer op de lippen brandt.
Maar haar grootste kracht is dit:
zij weigert dat verlies betekenisloos wordt.”
“Ik keerde terug naar dat grafveld, winter na winter. Ik sprak namen uit die niet de mijne waren. Ik las half-uitgewiste inscripties hardop. Soms voelde ik haar sterker, soms zwakker — afhankelijk van hoezeer de wereld bereid was te herinneren.
Toen ik volwassen was, zocht een ander kind mij op. Ook zij had verloren. Ook haar huis was stil geworden.
Ik nam haar mee naar de stenen.
Zo begon mijn pad als Verhelderde.
Wij zijn geen heersers. Wij dragen geen kroon en bezitten geen wet. Onze taak is eenvoudiger en zwaarder tegelijk: wij houden herinnering levend waar de wereld liever verder kijkt.”
Wij hebben de Spreker later nog gesproken en gevraagd om verduidelijking, dit had hij te zeggen.
“Men vraagt soms waarom Zij die Bewaart vasthoudt aan wat vergeten had moeten worden.
Het antwoord is geen beschuldiging, maar een waarheid:Wat vergeten wordt, herhaalt zich.
Wat vergeten wordt, herhaalt zich.Het Rijk is stabiel, ja. Maar stabiliteit rust niet alleen op muren en verdragen. Zij rust ook op wat men erkent van het verleden.
Zolang namen worden uitgesproken,
zolang stenen worden aangeraakt,
zolang verhalen worden opgetekend —zal Zij die Bewaart aanwezig zijn.
En ik met haar.”— -Melikam, de Entiteiten-Spreker van Zij die Bewaart
In het jaar 197 n.R. komt een relatief onbekende Svebiaan op de stemming om de Kroon te dragen.Tegen verwachtingen in, wint hij de stemmen van 3 van de 4 prinsen. In een serie grensconflicten zet hij zichzelf neer als een capabel bevelvoerder van een leger. Hij organiseert een triomf door de straten van Seraphis, waar hij verkregen schatten uitdeelt aan het volk.”Oogappel van het Volk, doorn van de Adel” fluistert men achter gesloten deuren in de hoofdstad. Hij heeft getoond te kunnen leiden. Lukt het hem nu ook om te regeren?
Maximus is een Svebiaan die aan de macht kwam na het overlijden van zijn voorganger, de Andesiaanse Alfons. In de opinie van de Prinsen leek hij een stabiele factor, die zijn sporen had verdiend tegen de opstand van Robert de Rode, en daarvoor aan de grenzen van het Rijk.
Hoewel de opstand werd geleid door een Svebiaan, zagen de prinsen van Eglaria, Argeddon en Svebia in dat het vergeven van de Kroon aan een Svebiaan de onvrede in dat domein kon verminderen. Enkel Andesia stemde tegen, uit onvrede over het overlijden van de vorige koning.
Maximus is sinds zijn aanstelling de instituten van het Rijk aan het ontsporen. Hij roept openlijk op tot stemmingen, en probeert de bevolking achter zich te scharen. De adel is duidelijk minder gesteld op hem om deze acties, en er zijn nobele families die oproepen tot weerstand.
De Opstand van Robert de Rode
De opstand van Robert de Rode is een pijnlijk hoofdstuk in de geschiedenis van het Rijk. Een falend beleid van koning Alfons (184 n.R. – 196 n.R.) leidde tot onvrede. Om het volk tegemoet te komen luidde Alfons een serie belastingen in op luxeproducten. Dit kwam in strijd met de adel van het Rijk, met name de Svebiaanse adel.Na de mislukte expeditie van de Andesianen in de Landen van Geeneen (zie De Laatste Mars) in 195 n.R. was de maat vol. Robert de Rode kwam in open opstand, gesteund door een deel van de lagere Svebiaanse adel. Hij riep op tot het afschaffen van de belastingen ingezet door Alfons, en reed naar de Kroonlanden. Onderweg verzamelden zij meer volgelingen, terwijl de Kroon de persoonlijke garde, de Woudlopers van Nimrin en Argeddoonse ondersteuning ontving.
In het kamp van Robert de Rode werd de prins van Andesia openlijk bespot. Een gierig mens die zonder goedkeuring van zijn eigen zoon, de koning van het Rijk besloot om een expeditie op te zetten bij onze zwakke zuiderburen – en erin slaagde te mislukken.
In een enkele veldslag in de Kroonlanden op de weg naar Seraphis ontmoetten de twee elkaar. Robert de Rode daagde de Kroon uit tot een persoonlijk duel, om al dit bloedvergieten te voorkomen. Alfons weigerde, en de veldslag begon. De nederlaag was voor Robert, die stierf aan een lans. Echter eindigde ook voor Alfons kort na deze nederlaag zijn heerschappij.


Terwijl hij verbleef op een boerderij buiten Pasby vond een groep vrijbuiters hem. Met weinig bewaking om zich te beschermen stierf Alfons in bed. Het is onbekend of de vrijbuiters bandieten, huurlingen of bondgenoten van Robert de Rode waren.
Maximus, koning zonder faam
De bijeenkomst in het volgende jaar bracht een verrassende uitkomst. Maximus Darovich, afkomstig van een mindere adellijke familie zou de kroon op zijn kruin plaatsen. Zijn familie is verbonden aan de Gudelj.
In de opinie van de Prinsen leek hij een stabiele factor, die zijn sporen had verdiend aan de grenzen van het Rijk. En hoewel de opstand tegen Alfons werd geleid door een Svebiaan, zagen de prinsen van Eglaria, Argeddon en Svebia in dat het weggeven van de Kroon aan een Svebiaan de onvrede in dat domein konden verminderen. Enkel Andesia stemde tegen, uit onvrede over het overlijden van de vorige koning.
Maximus is sinds zijn aanstelling de instituten van het Rijk aan het ontsporen. Hij roept openlijk op tot stemmingen, en probeert de bevolking achter zich te scharen. De adel is duidelijk minder gesteld op hem om deze acties, en er zijn nobele families die oproepen tot weerstand, of zelfs opstand.
Maximus, Koning van het Volk
In zijn meest recente actie dat tot ophef riep heeft Maximus een uitnodiging naar het volk gedeeld om zich te voegen bij hem op het Buitenhof. Maximus heeft de luxe en weelde van zijn Hof in Seraphis achtergelaten, en reist af nabij Pasby.
Hoe de komende samenkomst zal verlopen is onbekend. Wat wel verwacht kan worden is dat de plakkaten op iedere deur en aan elk bord in bierhallen of onderweg burders van over het gehele Rijk en van alle lagen van de samenleving kan aantrekken.
Van de boer die zijn zaad zaait, tot de matroos op zee, ze merken het allemaal.
De wind is gedraaid, en een kans op ontdekking wacht.
Deze Kroniek gaat over de wijziging van de wind aan zee, en een zeeschuimende mythe.
Kustvaarders
Al jaren worden de zeeën rondom Aegor bevaren. De getijden zijn vertrouwd voor eenieder die met de zee te maken heeft. Handelsroutes zijn erop gevestigd, de vangt van vissen en schelpdieren onderhoudt gehele gemeenschappen.
De bewoners van Aegor bevaren de kusten en ondiepe zee. Ze wagen zich niet ver, met uitzondering van plaatsen als Talversbork.
Dit eiland wordt beheerd door vrijbuiters, ookwel piraten genoemd. Ze hebben zich ook bewezen als competente handelaren, en velen vinden hun weg naar de havens van Talversbork voor handel die niet gedoogd wordt in het Rijk, zoals met het Vrije Volk of Barbaren.
De wind beïnvloedt veel van de handel wat op zee wordt uitgevoerd. Reizigers rekenen op de betrouwbare windpatronen die de meeste wind aankaarten, en vinden zo hun weg naar alombekende havens. In de Baai van Draken, rondom de eilandengroep Tyr, werkt de kust als een soort kolkend effect. Schepen betreden de baai veelal vanuit het zuidoosten, en draaien weer bij op de terugduwende wind vanaf de Pillaren van de Hemel. Havens als Rajpur in Het Domein Andesia, Praha in De Kroonlanden of Thallassus in Het Domein Argeddon profiteren van de stabiele, lange route waardoor de scheepsvaart gedwongen wordt te varen.

Tyr
De eilandengroep van Tyr is geen veilig gebied voor handels- of oorlogschepen om doorheen te varen. De bewoners van Tyr zijn zelden te zien, en eerdere pogingen contact te leggen wordt nadrukkelijk afgestrafd. Het wordt beweerd dat de eilanders heer en meester zijn van de zeeën en riffen die rondom hun eilandengroep liggen, en op zeeroutes wordt het nadrukkelijk vermeden.
Het Rijk geeft momenteel geen prioriteit aan het leggen van contacten met de bewoners van Tyr. Ze hebben zichzelf net zo afgesloten van Aegor als dat ze Aegor weghouden uit Tyr.
De wind draait
Recent wordt het opgevallen onder menig volk onder Aegor, met name dicht bij de kust, dat de windpatronen veranderen. Schepen liggen vaker stil op zee, stormen komen op onbekende plekken tevoorschijn, en gaan plots weer liggen. Havens vullen zich met matrozen die zich beklagen over van alles en nog wat. Maar in het oog van de storm rusten zich kansen.
Een zakenman met een zakenplan
Uit onverwachte hoek gaat er een bericht rond. Geen brief, geen pamflet. Een uitnodiging, die alle schavotten, matrozen, kooplieden, vaarders en landrotten oproept voor een expeditie. Waarheen, dat mag zich laten afwachten. De uitnodiging draagt gewicht door een enkele naam: Kapitein Tarogg, een van de Wave Tamer Orks en eigenaar van de Stroke of Luck. Een bekende handelaar en muitenier met de grootste verhalen om te vertellen.
De Ork gebiedt iedereen te komen naar het Buitenhof, om tussen al het elitair geneuzel en bureaucratisch getreuzel het te hebben over de echte kansen: glorie en rijkdom. Verzamel je onder zijn zeilen, en vaar naar de rand van de wereld, over onbekende wateren naar landen die nog weinigen hebben kunnen zien. Durf jij mee aan boord?
