Stilte heerst,in de stilte tussen elke stap,het midden is vrede
Andesië is gesticht door de enige migranten die van overzee zijn gekomen. Lange tijd zijn Andesiërs bestempeld als indringers, ongewenst in veel andere Rijken. Andesiërs verkiezen het om zich niet te mengen in conflicten. Het kiezen van het minste kwaad is toegeven aan Zonde.
Vijf Dingen waarin Andesiërs geloven
Het bewandelen van het middenpad stelt ons in staat alle opties te verkennen
Onze voorouders hebben ons leven al talloze keren geleefd
We zijn ooit gevlucht uit ons thuisland, we zullen nooit meer vluchten
Onze zoektocht naar harmonie is een levenslange ambitie
Het verliezen van de band met onze voorouders is het verliezen van onze levenswijze
Wat Andesiërs niet zijn
Pacifisten of mensen die geen actie kunnen ondernemen. Er moet een beslissend besluit worden genomen, maar dan wel gebaseerd op alle beschikbare informatie en opties.
Bestuur en Wetgeving
Andesianen worden geregeerd door Basilieken. Deze wijzen worden gezien als brengers van balans. Zij dragen gerechtigheid uit waarin de kans wordt gegeven aan de veroordeelde om balans te vinden.
De Dhibmar of Rode Wolf, aan symbolisch wezen die de Andesiërs begeleidden naar de schepen waarop ze uiteindelijk wisten te ontkomen aan de totale vernietiging van hun volk. Dhibmar is ook de titel van de prins van het domein Andesia.
Basilieken zijn gekozen hoofden vanuit hun samenleving. Zij leven bijzonder deugdzaam, wat hen de kans biedt om hun kennis te delen met anderen. Een basiliek specialiseert zich over het algemeen in één van de Zes Deugden, waarin zij ook het domein mogen adviseren.
Basilieken worden geëerd door de samenleving, en gerespecteerd door alle families in Andesia.
Het hoofd van het domein Andesia is de prins. Door Andesiërs wordt er naar deze titel gerefereerd als Dhibmar. Het is een verwijzing naar een mythische rode wolf die de laatste Andesiërs hielp vluchten naar hun schepen.
Previous slide
Next slide
Geografie en Klimaat
Andesië staat bekend om zijn ruige heuvels, mineraalrijke bergen en savannes. De lange kustlijnen weerspiegelen Andesië’s complexe geschiedenis met water. Aangezien het klimaat vrij droog is, hebben de Andesiërs het proces van het omhooghalen van water uit diepe lagen onder de grond en het opslaan in ondergrondse faciliteiten geperfectioneerd.
De Zes Deugden
Andesiërs hebben als volk geleerd van hun fouten. Ze hanteren 6 deugden van Weelde, Loyaliteit, Ambitie, Wijsheid, Waakzaamheid, Trots. Door in deze deugden gelijkmatig te leven bewandelen ze het ware midden.
Weelde in je handen, Loyaliteit dichtbij. Ambitie in je stappen, Wijsheid maakt je vrij. Waakzaam als de maan, Trots in wie je bent.
Deze waarden zijn ontstaan na hun vlucht vanuit hun oude thuisland. Het is tot op heden onbekend wat precies hun exodus veroorzaakte. Alle kennis hiernaar is verloren gegaan tijdens de vlucht, en sinds vele hasra’s verloren zijn gegaan in de vlucht naar dit continent, zijn er ook weinig voorouders zich bewust van oud-Andesia.
Moeizaam verleden
Na hun landing op Aegor begonnen de Andesiërs zich uit te spreiden over de vlaktes tussen de Rivier Danber en de isthmus van Gintradar. Als een olievlek spreidden zij zich uit, en breidden zij hun families uit. Nieuwe hasra’s werden gevormd, en de Zes Deugden kwamen tot stand als een maatstaaf om hun leven aan vast te houden. Velen zagen zichzelf as gekozen, uitverkorenen om op de laatste schepen uit Oud-Andesia te zijn gekomen naar dit nieuwe land. Een nieuwe kans.
In hun uitbreiding kwamen zij steeds vaker in contact met de Svebianen in het Noorden en de volkeren die zichzelf nu Vrijlander noemen. Interacties werden vijandiger naarmate de grenzen zich meer begonnen te vormen.
Hasra’s
Andesiërs zijn gedurende hun leven in contact met hun voorouders. Hoewel zij voorbij de Sluier leven, is er gemakkelijk contact te leggen. Andesiërs doen dit voor hun ziel te koppelen aan een voorwerp: de Hasra. De Hasra bindt familie-eenheden door ze met elkaar te koppelen. Je kan maar aan één Hasra tegelijk gekoppeld zijn. Vaak wordt de Hasra van een familie goed bewaakt, want eerwraak in Andesia kan worden beslecht door het stelen en vernietigen van iemands Hasra.
De Hasra
De Hasra is een belangrijk relikwie, voornamelijk te vinden in Andesia. Families binden zichzelf aan hun Hasra om contact te hebben met hun voorouders. Na het overlijden van een familielid is het cruciaal dat hun ziel gekoppeld wordt aan de Hasra. Als dit niet lukt, is het vinden van contact met de geest van de overledene haast onmogelijk.
Oorsprong van de Hasra
De Hasra is een van de weinige dingen die is overgebleven aan de vlucht van de Andesianen. Hoewel de oude teksten en verhalen werden verbrand en werden verboden, werd het waarschijnlijk te belangrijk gezien om ook het contact met de voorouders te verliezen. Wanneer een familie zich ergens neerplaatste, werd hun kamp of woning gebouwd rondom de Hasra. Als deze steen in de verkeerde handen viel of erger zelfs werd vernietigd, bracht dat schande en wanhoop op de familie.
Hasra in het huidige Andesia
In de loop der jaren is de Hasra zich gaan ontwikkelen naar een voorwerp waar een individu aan kan binden. Dit kan nog steeds een steen zijn, zoals van oudsher werd gebruikt. Nu het Het Domein Andesia zich bij het Rijk heeft aangesloten en de wegen open gaan voor ze, kiezen veel Andesiërs om een Hasra te maken wat ze gemakkelijk mee kunnen nemen.
Grioten
Om contact met hun voorouders goed te houden, volgen zij hun bevelen op, of houden zij zich sterk aan de deugden. Soms zwerft een familie van het pad dat de voorouders willen zien, of zijn de voorouders het oneens met bepaalde acties. Dan verzuurt contact, en weigeren de voorouders te verschijnen. Om dit soort conflicten te beslechten, reizen grioten door Andesia. Deze verhalenvertellers bemiddelen namens beide partijen om tot een positief resultaat te komen. De prijs van het leven van een Griot is dat zij voor eengroot deel van hun leven niet gekoppeld zijn aan een vaste Hasra, en dat zij riskeren ongekoppeld tot overlijden te komen.
Provincies van Andesia
De oostelijke kusten van Andesië werden oorspronkelijk bewoond door vluchtelingen die de grote catastrofes van Oud-Andesië waren ontvlucht. Na aankomst op deze vreemde kusten vernietigden de bewaarders van de overlevering alles wat restte van hun eindeloze zoektocht naar kennis. Ze stichtten grote steden uit de houten schepen waarop ze gevlucht waren. Hun zeilen werden de eerste vaandels. De hoofdstad van Andesië, Tirki, is de grootste die nog resteert. Stadsbranden vernietigden veel van de oudere steden, waardoor veel Andesische dorpen en nederzettingen nu uit baksteen bestaan.
De mensen van Vir’kith zijn uitzonderlijke zeevaarders, die vloten leiden in tijden van oorlog en vrede. Zij zijn het meest vurig in hun zoektocht naar evenwicht.
Plaatsen in Vir’kith
Tirki: Gelegen aan de Rivier Kiddu, Tirki is de hoofdstad van het domein Andesia. De stad is in de afgelopen decennia herbouwd na meerdere vernietigende stadsbranden. Voor de Andesiërs die zich het meest hebben bewezen in de ogen van de deugden, is een uitvaart op de Baai van Helden de grootste eer.
Wahda: De stad ligt hogerop de Rivier Kiddu. In vroegere tijd een belangrijke doorvoerplaats voor tot-slaaf-gemaakte Draconiden, Wahda is glorie verloren. De stad rijst in criminaliteit, en de gildemeesters en handelaren die achter zijn gebleven betalen de Nachtwacht, een belasting aan de opkomende dievenbendes wat voorkomt dat er ongelukkige dingen gebeuren aan hun zaken.
Bassarat: De heuvels naast Bassarat, Milshan’s Hoogte, huist rijke voorraden in amber. Bassarat is gegroeid op het mijnen en doorstroom van grondstoffen. Veel van haar industrie is verbonden aan de mijnbouw en de logistiek dat het proces draaiende houdt.
Titel:De Mijnen van Bassarat
De Mijnen van Bassarat is een unieke titel die verkregen kan worden. Voor drie evenementen beheert diegene met de Titelhouder de productie van de mijnen, en ontvangt hiervoor een vergoeding in de vorm van weltsilver, obsidiaan en enki chitine.
Tevens kan de Titelhouder de mijnen uitbreiden, mits de vereiste investeringen worden voldaan. Des te groter de prijs betaald voor de Titel, des te groter het aandeel en de opbrengst is.
Azkabad: De Orks van de Fire Bringers hebben de stad oorspronkelijk gesticht als een eerbetoon aan de eeuwige cyclus van vuur. Geisers en ondergrondse warmtebronnen drogen de directe omgeving uit, en heidebranden zijn een belangrijk onderdeel van de landbouw.
Tal’Zeen: Een dorp dat profiteert van de handel in grondstoffen vanuit Bassarat. Voor velen is het weinig meer dan een tussenstop over een droog en hard landschap.
Taq Albahr: Tussen de pieken van de Tibahr Heuvels rust Taq Albahr. Grote houte torens zijn kenmerkend voor het dorp, wat een lange traditie van mijnbouw diep onder de grond kent. Het heeft de concurrentie met Bassarat grotendeels verloren, deels door de nauwe paden die worden belaagd door bandieten en rotsval. Toch is het prachtig, met een duidelijk uitzicht over de Baai van Helden.
De kolonisten van Vir’kith trokken verder het binnenland in, aanvankelijk via de twee grote rivieren van Andesië, de Kiddu en de Yagul. Dorpen werden gesticht aan de oevers, waar landbouw mogelijk was zonder gebrek aan water.
Tijdens deze inlandse expansie stuitten zij op de Draconiden van Drathadir. Zij noemen zichzelf Draconiden. Ze wonen in de Hladni-Pieken en de omliggende heuvels. Hoewel er aanvankelijk sprake leek van vreedzaam samenleven, leidde een reeks grensconflicten tot aanhoudende oorlogen. De Draconiden werden gedwongen zich terug te trekken in de Hladni-Pieken, en werden uiteindelijk volledig geïntegreerd in het Rijk van Andesië.
Gewaardeerd om hun kracht en weerstand tegen barre klimaten, werden de Draconianen kostbare slaven. Eeuwenlang leefden zij onder erbarmelijke omstandigheden. Zelfs de ‘vrije’ Draconianen hadden weinig kans op een beter bestaan.
Het duurde meer dan een eeuw voordat het Keizerrijk de slavernij in Andesië afschafte. Hoewel ze al bijna een halve eeuw vrij zijn, voelen veel Draconianen nog steeds wrok en wantrouwen tegenover de Andesiërs met wie ze nu een Rijk delen.
Plaatsen in Drathadir
Urundar: Deze oude veste was eens een bolwerk gebouwd door de Andesiërs op een belangrijke pas Drathadir in. Zo konden grondstoffen, goederen en verkeer van personen gereguleerd worden. Het dient nu als administratief hoofdkwartier, maar de herinnering als belangrijk punt voor de slavernij echo’t in de roep van Draconiden om het bolwerk te ontmantelen.
Bijabal: Dit is de grootste gevestigde woonplaats voor Draconiden. Het is omringt door vulkanische hittebaden die helpen in het warm houden van eieren. De vele grotten boden in het verleden plaats om te schuilen: nu zijn het woningen voor de vele families die werken in het mijnen van de rijke minerale grond.
Tabshuur: Tabshuur ligt in een van de weinige bebosde gebieden van Drathadir. In het gebergte wordt veel gewerkt binnenin de grotformaties die er te vinden zijn. Tabshuur is een poging van Andesiërs om zich in het gebied te vestigen. Tussen de naaldbomen staan huizen van steen en hout, met zowel Draconiden als Andesiërs die er leven.
De Baraal-moerassen zijn een van de meest bepalende kenmerken van deze regio. De uitgestrekte moerassen vormen een broedplaats voor ziektes. Ze bieden een natuurlijke barrière tegen ongewenste bezoekers.
Toen de Andesiërs ze voor het eerst overstaken, werd er zelfs betwijfeld of het mogelijk was.
Het gebied voorbij de moerassen, dat het grootste deel van de provincie Murqad beslaat, herbergt enkele van de gevaarlijkste gebieden van Andesië, misschien zelfs van het hele Rijk. De controle van Andesië over deze regio is zeer zwak.
Plaatsen in Nadeem
Gintradar: De zuidelijkste nederzetting van Andesia is gelegen op een isthmus dat het Rijk verbindt met de continentale Landen van Geeneen. Het biedt strategische waarde om de grotere invallen tegen te houden, en kustschepen pattrouileren de wateren aan beide kanten van het fort.
Rajpur: Deze havenstad gelegen aan de Baai van Draken verbindt Andesia met de vele havens van het Rijk, met name aan de Baai van Draken en Getijden van Sarnesse.
Budh: Dit plaatsje ligt aan de kruising naar Gintradar en Rajpur. De weg loopt rechtstreeks door het dorp, met een pallisade om de inwoners en bezoekers te beschermen. De kosten om deze beveiliging te garanderen zijn echter hoog, en pogingen om om Budh heen te trekken lopen meestal uit in hinderlagen door bandieten. Budh wordt vaak gezien als een noodzakelijke stop in de handel over land met
Jarabad: Gelegen aan de wateren ter noorden van de isthmus, Jarabad is gebouwd op een plek waar de rotsachtige waterlinie makkelijker te betreden is. Dorpelingen laten hun bootjes op de rotsen rusten als ze niet aan het vissen zijn, of aan het smokkelen ’s nachts.
Darmir: Darmir is gevestigd voor eenieder die de greep van Andesia en het Rijk wil ontkomen, maar wie er enige gemakken bij wilt houden. Het is een wetteloos plaatsje wat vaak genegeerd wordt door de Senaat, de Kroon en de Dhibmar.
Het noordelijkste deel van Andesië heeft vele conflicten gekend met Svebië. In de tijd vóór het Keizerrijk werden er talloze grensschermutselingen uitgevochten om de rivier de Danber. De citadel van Khalidar dient nu als een belangrijke buffer tegen invasies over land en via de Danber-rivier.
De mensen van Huzran zijn trots en fel. Jaren van grensconflicten hebben van veel families sterke krijgersbloedlijnen gemaakt. Zij vechten nu niet alleen voor Andesië, maar ook voor het grotere Keizerrijk – zelfs zij aan zij met hun voormalige Svebische vijanden.
Plaatsen in Qul’em
Khalidar: De onderste helft van de twee tanden van de Danber is een indrukwekkend kustfort wat uitkijkt over de rivier Danber en tegelijkertijd patrouilles kan bieden tussen de Hladni Pieken en het fort. Oorspronkelijk gebouwd om Svebiaanse indringers te weerhouden, legendes gaan dat krijgsgevangenen uit het noorden werden gebruikt om de funderingen te plaatsen, en dat zij een zijn geworden met dat wat zij gebouwd hebben. Het gebouw wordt door Svebia nog steeds vervloekt en argwanend aangekeken.
Almasabu: Het middelpunt van Qul’em biedt de administratieve verplichtingen om een kern te onderhouden. in het dorp zijn indrukwekkende gebouwen neergezet, die niet overeen komen met de welvaart van haar burgers.
Khamesh Dit kleine dorp overleeft van de weinige akkers had het heeft. De grond is hard en ziltig op plaatsen, hoewel het dichter bij de rivier verbetert. Om goede oogst te vragen aan de Entiteiten staat er een altaar naar een Entiteit waarvan de bewoners zijn vergeten voor wie het is. Desalniettemin wordt er jaarlijks geofferd aan het altaar. Hoewel de traditie al jaren verboden is, schijnt het dat het offer deels het overgeven van mensen om als hulzen te werken voor de Entiteit bevat.
Qazmir Dit plaatsje ligt in de heuvels van Qul’em. Er is wat mijnbouw, hoewel de infrastructuur er niet voor ingericht is. Zonder duidelijke gildes om de werkers te beschermen zijn de omstandigheden slecht en stort er regelmatig een mijn in. Er wordt in de heuvels ook veel gejaagd op wild voor huiden en botten.